Afscheid van Brigite van Haaften

Vrijdag 5 juni nemen we in het Brabantse Provinciehuis afscheid van Brigite van Haaften. Het is de uitkomst van de coalitiebesprekingen waarbij het CDA, bij de onderhandelingen vertegenwoordigd door lijsttrekker Marianne van der Sloot en Brigites collega in het college van GS Ruud van Heugten, zich op een verrassende wijze buitenspel liet zetten. In een nabeschouwing vroeg een journalist van het Brabants Dagblad zich af of het CDA niet beter Brigite aan de onderhandelingstafel had kunnen zetten.
Continue reading Afscheid van Brigite van Haaften

Leeg land

NRC Handelsblad van 30 mei had voor mij een verrassing. Correspondent Bram Vermeulen onderzocht er de stelling van Martin Bosma in zijn boek Minderheid in eigen land als zouden de nazaten van Jan van Riebeeck toen zij in de negentiende eeuw naar het Hoge Veld in het noorden en oosten van het tegenwoordige Zuid-Afrika trokken daar een onbewoond land hebben aangetroffen. Bram Vermeulen vermeldt dat Martin Bosma zijn stelling baseert op mijn dissertatie uit 1992, De Geuzen van de Negentiende Eeuw. Abraham Kuyper en Zuid-Afrika.
Ik heb Martin Bosma’s boek niet gelezen, ben dat eerlijk gezegd ook niet van plan, maar ik kan mij moeilijk voorstellen dat hij in mijn dissertatie een onderbouwing heeft kunnen vinden voor zijn ‘leeg-landtheorie’.
Mijn dissertatie gaat niet over de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, maar over de wijze waarop in Nederland in het laatste kwart van de negentiende eeuw werd gereageerd op het conflict in Zuid-Afrika tussen Boeren en Britten.
Mijn dissertatie bevat wel een kort (tweede) hoofdstuk waarin, bij wijze van achtergrond, dat conflict in grote lijnen wordt geschetst. Dit hoofdstuk is niet gebaseerd op eigen onderzoek, maar op secundaire literatuur zoals die toentertijd de stand van onderzoek weergaf: C.F.J. Muller (red.), 500 jaar Suid-Afrikaanse Geskiedenis, Pretoria 19803, M. Wilson en L. Thompson, The Oxford History of South Africa, 2 delen, Londen 1969-1971 en T.R.H. Davenport, South Africa. A modern History, Londen 19873. Op blz. 28-30 vertel ik op basis van die literatuur wat de ‘Voortrekkers’ aantroffen toen ze in de jaren 1830 en 1840 het Hoge Veld bereikten: de koninkrijken van de Ndebele en de Zulu. Geen ‘leeg land’ dus.

Onderwijs tussen kwaliteitsverhoging en ontcollectivisering

Om te beginnen: ik ben blij dat we elkaar hier vandaag allemaal weer terug zien. Geraakt door wat er een maand geleden alweer gebeurde in Oekraïne zijn ook mensen uit onze omgeving – mijn eigen dochter is een collega kwijt – en uit onze schoolgemeenschap – een leerling uit de tweede klas verloor een oom, een tante, een neefje en drie nichtjes, woonachtig in het Brabantse Neerkant. Maar er zijn – we zijn ons daar maar al te zeer van bewust – plekken waar het verdriet van de wereld de afgelopen maanden dichterbij is gekomen en vandaag of volgende week het schooljaar op een andere manier begonnen wordt. Continue reading Onderwijs tussen kwaliteitsverhoging en ontcollectivisering

Proeftuin

Het jaar dat achter ons ligt was voor het culturele veld een bewogen jaar. De eerste gevolgen werden zichtbaar van de bezuinigingsmaatregelen van het eerste kabinet Rutte. Politieke opportunisten probeerden te concluderen dat die gevolgen wel meevielen: geen kaalslag, in tegendeel, de sector toonde zich weerbaar, waarmee werd aangetoond dat de bezuinigingsmaatregelen hadden gewerkt als de bedoelde zweepslag. Ik ben vooralsnog iets minder optimistisch: Continue reading Proeftuin

Een nieuwe toekomst

Zaterdag 9 november vierde schrijver en columnist Bert Wagendorp in de Volkskrant de komst van de Tour de France naar Utrecht, in 2015: ‘we moeten weer leren dat niet álles hoeft te renderen, dat dingen ook gewoon mooi, leuk, zinnenprikkelend, vermakelijk, inspirerend of spannend mogen zijn. Je moet het verlangen zo nu en dan voeden, door iets te organiseren dat het verlangen waard is.’ Om af te sluiten met de verzuchting: ‘God beware ons voor een wereld waarin alles zinvol en nuttig is.’
Continue reading Een nieuwe toekomst

Op weg naar een ambitieus cultuursysteem

Begin van de zomer publiceerde het PON een interessant rapport: Culturele smaak van Brabanders. Een onderzoek naar de verschillende cultuurconsumenten in Noord-Brabant. [1] Aansluitend bij Mosaic, een internationaal segmentatiesysteem op huishoudniveau dat mondiaal meer dan 1 miljard mensen classificeert, onderscheidt het PON acht verschillende publieksgroepen of culturele smaken van Brabanders: Jonge cultuurontdekkers, Lokale gezelligheid, Hectisch gezinsleven, Sportieve Ruimtegenieters, Welvarende cultuursnuivers, Traditionele plattelanders, Gepensioneerde cultuurliefhebbes, Vergrijsde eenvoud. Het zijn termen waarbij iedereen zich meteen iets kan voorstellen, concrete mensen voor zich ziet. Continue reading Op weg naar een ambitieus cultuursysteem

We worden het niet, maar we doen het toch

Het was vrijdag een grote teleurstelling toen juryvoorzitter Manfred Gaulhofer bekend maakte dat Leeuwarden en niet Eindhoven in 2018 voor Nederland culturele hoofdstad van Europa zou worden. Naar de motieven van de jury blijft het nog even gissen, maar het ligt voor de hand te veronderstellen dat de jury de Friese behoefte aan de titel hoger inschatte dan de Brabantse. Continue reading We worden het niet, maar we doen het toch

Op weg naar een weerbaar cultuursysteem

Op 21 juni is door Provinciale Staten de Cultuuragenda van Brabant voor 2020 vastgesteld. In de Cultuuragenda wordt vanuit het belang van cultuur voor het individuele welzijn van de burger, voor de samenleving en voor het economische klimaat in Brabant de urgentie van een breed gedragen gezamenlijke aanpak benadrukt, met als doel: ‘een cultuursysteem dat weerbaar en robuust is, midden in de samenleving staat en zich vanuit haar intrinsieke waarde verbonden weet met andere domeinen (economie, ruimte, natuur & landschap). Een systeem dat zich ontwikkelt en ondernemerschap toont door te anticiperen op de vragen van deze tijd.’
Het impulsgeldenprogramma is een van de instrumenten om dat doel te realiseren: om het maatschappelijk draagvlak voor cultuur te verbreden en te versterken en zo nieuwe groei van de culturele sector te realiseren en inhoudelijke vernieuwing te stimuleren.
Het programma is nu vijf maanden onderweg. Deze eerste maanden laten zien dat het instrument kan werken. Er komt vernieuwing op gang, er worden nieuwe allianties gesloten, niet-culturele partijen melden zich in het culturele domein, de sector oriënteert zich minder eenzijdig op de overheid. Maar het tot stand brengen van een structurele verandering vraagt om ruimte en tijd om verder vooruit te kunnen kijken.
Maar voordat we dat kunnen doen, kijken we terug op de afgelopen vijf maanden en de lessen die we daaruit kunnen trekken. Continue reading Op weg naar een weerbaar cultuursysteem