De kracht van verbindende kunst en cultuur

In zijn installatie Guilty Landscapes, waarvan in 2016 vier episodes waren te zien, op festivals in Utrecht, Berlijn, Den Bosch en Eindhoven, thematiseert theatermaker en beeldend kunstenaar Dries Verhoeven onze verhouding tot wat hij ‘de protagonisten van het Acht Uur Journaal’ noemt. Door de continue beschikbaarheid van nieuws op onze laptops, televisies en smartphones zijn we voortdurend getuige van complexe situaties aan de andere kant van de wereld. Dagelijks kunnen we ons ongemakkelijk voelen bij de confrontatie met vermeende armoede en wanhoop. Verhoeven laat zien dat de nieuwscamera niet neutraal is, dat de gefilmden gewild of ongewild worden geframed als slachtoffer, dat de sociaal overbewuste nieuwskijker voordat hij er erg in heeft wordt meegesleurd in een kolk van schuld en schaamte. ‘Je schuldgevoel krijgt een optater door een onverwachte nabijheid’, schreef Annette Embrechts naar aanleiding van de eerste aflevering van Guilty Landscapes in de Volkskrant.(1) Dries Verhoeven confronteert ons met een onrustige wereld. En met wat die onrust met ons doet. Continue reading De kracht van verbindende kunst en cultuur

Onzekerheid, ongelijkheid en onderwijs

‘Misschien wel het meest succesvolle jaar in ons bestaan’, zo keek ik vorig jaar terug op het toen achter ons liggende schooljaar. Ik kan het dit jaar herhalen. De grootste school voor havo en vwo in de Zaanstreek – we hebben, voor de tweede keer in ons bestaan, moeten loten. Financieel gezond – en mede daarom in staat voortdurend vernieuwingen te realiseren, met, het komend jaar, de introductie van het technasium. Eindexamenuitslagen die klinken als een klok, met een 96% score op havo én vwo – weinigen hadden het aan de vooravond van de examenperiode durven voorspellen. Excellente havo, opnieuw, en nu ook excellent vwo. De enige school in de wijde omtrek waar volgens de cijfers van het ministerie geen docenten voor de klas staan die daar niet horen.

We zijn, ik herhaal wat ik vorig jaar zei, een succesvolle school. Dat succes is geen toeval. Scholen als ons SMC, eenpitters, scholen waarbij één bestuur verantwoordelijk is voor één school op één locatie, kenmerken zich door een platte organisatie, korte lijnen, sterke betrokkenheid, snelle besluitvorming en grote wendbaarheid. En vooral: aandacht voor waar het op school om hoort te gaan, de leerling en het onderwijs dat hij krijgt.
Ik wil in dat verband even stil staan, nog één keer, bij het vertrek van Henk Hofer. Toen we, nu meer dan vijfentwintig jaar geleden, besloten zelfstandig verder te gaan, realiseerden we ons heel goed dat het een beslissing was die alleen toekomst had wanneer we ons zouden weten te onderscheiden. Henk heeft een heel belangrijke rol gespeeld bij het ontwikkelen van de eigen en eigenzinnige visie die dat onderscheid heeft gebracht. En in de vele jaren daarna bij het bewaken daarvan. In de vergaderingen van personeelscommissie en bestuur was Henk altijd degene die vroeg om aandacht voor de individuele leerling, voor de individuele docent, die vroeg om kansen, ook voor de minder excellente leerling. Het is een erfenis waarmee we zorgvuldig om moeten gaan. Hij is bepalend voor het bestaansrecht van onze school. Hij maakt onze school tot een aantrekkelijke school voor personeel én leerlingen.
Het succes van de afgelopen jaren bergt het risico in zich dat we het succes vanzelfsprekend gaan vinden. Dat is het niet. Ook voor ons heeft de toekomst uitdagingen in petto.

Want we leven in een onrustige wereld. Het reactionaire bewind in Moskou is met zijn steun aan irredentistische bewegingen onder Russischtalige minderheden een bron van spanning aan de Europese oostgrens. De conflicten in Libië, in een groot aantal zuidelijker gelegen Afrikaanse landen, in Irak en Syrië duren voort en laten zich ook in ons deel van de wereld voelen. We huiveren nog bij de aanslag gisteren in Nice. Eerder waren Parijs, Brussel en Istanboel het toneel van bloedige terreuraanslagen. De stromen vluchtelingen, niet alleen afkomstig uit het Midden-Oosten maar ook uit Afrika, doen denken aan de volksverhuizingen van het eind van de Tweede Wereldoorlog. En wie zich realiseert hoe zeer de politieke instabiliteit op zoveel plekken in de wereld samenhangt met de steeds merkbaarder klimaatverstoring weet: ‘You ain’t seen nothin’ yet.’

Die mondiale onrust treft hier in Europa een verdeelde samenleving. Continue reading Onzekerheid, ongelijkheid en onderwijs

Een regisserende provincie

Dit jaar werd het academisch jaar in Leiden geopend door Stefan Collini, hoogleraar intellectuele geschiedenis en Engelse literatuur in Cambridge. Hij publiceerde in 2012 een spraakmakend essay over de rol van de universiteit, What are universities for?, dat dit jaar in Nederlandse vertaling verscheen. Er is, constateert hij, ‘spanning ontstaan tussen intellectuele autonomie en sociale eisen van de samenleving.’ ‘Het is nu eenmaal heel moeilijk tot in de details het maatschappelijk effect te voorspellen van intellectueel onderzoek. We weten uit de geschiedenis dat de echte grote bijdragen aan de samenleving via een omweg kwamen. Toch wil het publiek nu dat onderwijs en onderzoek een direct effect hebben op economische groei en werkgelegenheid. Die doelen zijn zeker de moeite waard, maar ze kunnen niet de enige zijn.’ Het is een waardevolle observatie, ook in de discussie over de waarde van kunst en cultuur. Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, zei hetzelfde in zijn Paradiso-lezing van 30 augustus, bij de opening van het culturele seizoen: ‘De uiteindelijke impact van een kunstwerk of wetenschappelijke ontdekking is […] zelden direct meetbaar. [..] In de fundamentele rol van blikopener zijn kunst en wetenschap in het diepst publieke zaken. De lange-termijnopbrengsten kunnen niet worden afgeschermd en vloeien uiteindelijk terug naar de hele maatschappij. Ze maken voor iedereen de wereld groter en rijker. Onzichtbaar zetten zij zich af in de haarvaten van het leven. De avant-gardemuziek van vandaag is de reclamedeun van morgen. Een modern schilderij het behang van de toekomst. Dit is de fundamentele paradox: kunst is een publiek goed en vraagt een goed publiek, maar zij kan alleen functioneren door zich naast, boven of onder de alledaagse werkelijkheid te plaatsen. Alleen door afstand van het publiek te nemen, kan een verrijkend perspectief geboden worden.’ Maar, waarschuwt hij: ‘Deze noodzakelijke distantie is niet hetzelfde als een maatschappelijk vacuüm of een afwezige politiek.’ Continue reading Een regisserende provincie

De nieuwe mens

Of ik Auke van der Woud kende, werd onlangs aan ij gevraagd. Ja, ik ken Auke van der Woud. Althans, ik weet wie hij is: ooit conservator en adjunct-directeur van het Kröller-Müller Museum, later hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis in Groningen, inmiddels met emeritaat. Hij is de auteur van een fantastisch boek over de ruimtelijke ordening in Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw: Het lege land. Hij promoveerde er in 1987 op. In 2006 verscheen een ‘vervolg’: Een nieuwe wereld. Het ontstaan van het moderne Nederland. Of ik zijn laatste boek kende? Ja, ik had het al gelezen: De nieuwe mens. De culturele revolutie in Nederland rond 1900. De afgelopen zomer heb ik er diverse mensen stukjes uit voorgelezen. Het is een fascinerend boek, dat een interessant licht werpt op veel discussies die we voeren over de toekomst van kunst en cultuur. Continue reading De nieuwe mens

Annus mirabilis

‘St. Michael College zal wegzinken in de polder.’ Dat was de kop in een van de Zaanse kranten nadat de medezeggenschapsraad van onze school ‘neen’ had gezegd tegen het voorstel te fuseren tot een brede scholengemeenschap. Het is een van de belangrijkste momenten in de geschiedenis van onze school, nu bijna 25 jaar geleden. Het was toen, ook intern, een omstreden besluit en over de motieven die de medezeggenschapsraad had valt het nodige te zeggen. Maar het is een besluit geweest dat ons geen windeieren heeft gelegd. Kijk eens waar we nu staan, bij de afsluiting van wat misschien wel het meest succesvolle jaar is geweest in ons bestaan. De grootste school voor havo en vwo in de Zaanstreek, en dat al lange tijd, volgend jaar met meer dan 1300 leerlingen groter dan ooit. Financieel gezond. Met daarmee zekerheid ten aanzien van uw werkgelegenheid voor de overzienbare toekomst. Eindexamenuitslagen die klinken als een klok, met op de top van de rots een 73-jarige wiskundeleraar die met zijn leerlingen een gemiddelde van een ruime 9 scoort en daarmee zelf een percentielscore van 100% haalt. Excellente havo, met een reële kans dat we dat excellentiepredikaat kunnen vasthouden, wellicht ook weten te verwerven voor het vwo – waarvan we even dachten dat het zelfs beter zou gaan presteren dan onze havo. En in de marge: in september een prijs voor Positive Eating = Positive Living, het meest innovatieve internationaliseringsproject voor de onderbouw, in december een tweede prijs (waarvan we allemaal weten dat het een eerste had moeten zijn) bij de RaboPitch voor het plan van de leerlingen van V6 voor een biomassavergasser, successen voor individuele leerlingen bij de diverse Olympiades, niet alleen bij biologie maar, warempel, ook bij Duits, Myrthe Zwart die werd gekozen tot voorzitter voor het Model European Parliament Noord-Holland voor volgend jaar en Loran Hempenius (dezelfde die zo succesvol was bij de Olympiade Duits) die op de centen gaat passen bij het LAKS.

We zijn een succesvolle school. Wat ons succesvol maakt? Continue reading Annus mirabilis

Proeftuin

Wat zei je ook weer?

hoe het nu verder moet?
tussen ons en de anderen liggen
nog maar enkele woorden braak
maar gisteren duurt nog wel
tot overmorgen

voorlopig ga ik lezen lezen lezen kijk
de lucht klaart al weer op en in de kleine
geheime proeftuin van mijn fantasie
is een heel pril voorjaar in aantocht.

Zo begonnen we 2014, als in dit gedicht van Ellen Warmond: voorzichtig optimistisch. We proefden een verandering van het klimaat waarin we met elkaar spreken over kunst en cultuur. Een positieve verandering, die in de loop van het jaar door zou zetten.
Het depreciërende jargon dat drie jaar geleden werd gebezigd om de bezuinigingen op cultuur te rechtvaardigen is op lokaal niveau nog niet verstild, maar het domineert niet meer. In tegendeel, de gemeenteraadsverkiezingen brachten in veel grote steden coalities die weigerden verder op cultuur te bezuinigen en soms zelfs besloten tot verhoging van de cultuurbegroting. Continue reading Proeftuin

Afscheid van Brigite van Haaften

Vrijdag 5 juni nemen we in het Brabantse Provinciehuis afscheid van Brigite van Haaften. Het is de uitkomst van de coalitiebesprekingen waarbij het CDA, bij de onderhandelingen vertegenwoordigd door lijsttrekker Marianne van der Sloot en Brigites collega in het college van GS Ruud van Heugten, zich op een verrassende wijze buitenspel liet zetten. In een nabeschouwing vroeg een journalist van het Brabants Dagblad zich af of het CDA niet beter Brigite aan de onderhandelingstafel had kunnen zetten.
Continue reading Afscheid van Brigite van Haaften

Leeg land

NRC Handelsblad van 30 mei had voor mij een verrassing. Correspondent Bram Vermeulen onderzocht er de stelling van Martin Bosma in zijn boek Minderheid in eigen land als zouden de nazaten van Jan van Riebeeck toen zij in de negentiende eeuw naar het Hoge Veld in het noorden en oosten van het tegenwoordige Zuid-Afrika trokken daar een onbewoond land hebben aangetroffen. Bram Vermeulen vermeldt dat Martin Bosma zijn stelling baseert op mijn dissertatie uit 1992, De Geuzen van de Negentiende Eeuw. Abraham Kuyper en Zuid-Afrika.
Ik heb Martin Bosma’s boek niet gelezen, ben dat eerlijk gezegd ook niet van plan, maar ik kan mij moeilijk voorstellen dat hij in mijn dissertatie een onderbouwing heeft kunnen vinden voor zijn ‘leeg-landtheorie’.
Mijn dissertatie gaat niet over de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, maar over de wijze waarop in Nederland in het laatste kwart van de negentiende eeuw werd gereageerd op het conflict in Zuid-Afrika tussen Boeren en Britten.
Mijn dissertatie bevat wel een kort (tweede) hoofdstuk waarin, bij wijze van achtergrond, dat conflict in grote lijnen wordt geschetst. Dit hoofdstuk is niet gebaseerd op eigen onderzoek, maar op secundaire literatuur zoals die toentertijd de stand van onderzoek weergaf: C.F.J. Muller (red.), 500 jaar Suid-Afrikaanse Geskiedenis, Pretoria 19803, M. Wilson en L. Thompson, The Oxford History of South Africa, 2 delen, Londen 1969-1971 en T.R.H. Davenport, South Africa. A modern History, Londen 19873. Op blz. 28-30 vertel ik op basis van die literatuur wat de ‘Voortrekkers’ aantroffen toen ze in de jaren 1830 en 1840 het Hoge Veld bereikten: de koninkrijken van de Ndebele en de Zulu. Geen ‘leeg land’ dus.