We worden het niet, maar we doen het toch

Het was vrijdag een grote teleurstelling toen juryvoorzitter Manfred Gaulhofer bekend maakte dat Leeuwarden en niet Eindhoven in 2018 voor Nederland culturele hoofdstad van Europa zou worden. Naar de motieven van de jury blijft het nog even gissen, maar het ligt voor de hand te veronderstellen dat de jury de Friese behoefte aan de titel hoger inschatte dan de Brabantse. De Volkskrant schreef het zaterdag al: de jury heeft ‘gekozen voor de kandidaat die op cultureel gebied wel een zetje in de rug kan gebruiken.’ Ik gun het de Friezen van harte, maar ik denk oprecht dat het Brabantse bod Europa meer en verder zou hebben gebracht. Dat was misschien ook wel waar we het op verloren: we hadden een aanbod, geen vraag. Er was, heb ik wel eens gezegd, een killing question die de jury aan Rob van Gijzel kon stellen: prachtige plannen, briljante visie, maar u gaat dat dus ook doen als u geen culturele hoofdstad wordt. Ieder antwoord was fout geweest.

Tegelijkertijd is doorzetten dus onvermijdelijk. Wie  nu praat over opgeven of een tandje minder maakt zichzelf ongeloofwaardig. Natuurlijk, we waren graag Europese culturele hoofdstad 2018 geworden, het had een horizon gecreëerd, ons geholpen focus te geven aan wat we willen realiseren. Maar het ging ons niet om de titel, maar om de inhoud. We hebben hier in Brabant de afgelopen jaren met elkaar geen bellen geblazen.

Vorige week had ik een gesprek bij de BOM, onze regionale ontwikkelingsmaatschappij. Daar werd het grote belang van kunst en cultuur nog eens beklemtoond. Uiteraard als vestigingsfactor: bedrijven die we naar Brabant willen halen, maar, belangrijker nog, de mensen die bij die bedrijven moeten gaan werken vragen om een goed en gevarieerd aanbod van kunst en cultuur. Maar ook als innovatiefactor: bedrijven hebben creatieve geesten en een stimulerende omgeving nodig om werkelijke innovatie te realiseren, juist nu, in deze economisch moeilijke tijden. En daar dreigt een negatieve spiraal: de bezuinigingen van de laatste jaren op kunst en cultuur tasten het creatieve klimaat aan, verminderen zo de innovatieve kracht van het bedrijfsleven en bemoeilijken zo het economische herstel.

We moeten het dus toch doen: investeren in cultuur om onze samenleving verder te brengen. Het gaat er nu om het momentum vast te houden. Nieuw commitment creëren voor de proeftuin die Brabant voor Europa wil zijn, om de samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en culturele sector te realiseren. Wij blijven daar graag de mest voor leveren.