Over kunst & cultuur

Er woedt, al enige tijd, een debat over de betekenis van kunst en cultuur in onze samenleving en over de ondersteunende rol die de overheid moet spelen. Het is een debat waar de kunstsector niet bang voor hoeft te zijn. Het scherpt het denken,  het  dwingt tot professionalisering en het nodigt uit tot gesprekken met andere dan de traditionele stakeholders.

Het debat is inmiddels mede dienstbaar gemaakt aan de politieke behoefte bezuinigingen te legitimeren. Dat heeft het debat een bittere ondertoon gegeven, waarbij argumenten een ondergeschikte rol dreigen te gaan spelen.

Het maakt het relevant een aantal noties nadrukkelijk onder ogen te zien.

  • Bij beleidsmakers bestaat nauwelijks verschil van mening over het belang van kunst en cultuur in onze samenleving. Hoewel op beleidsniveau in Nederland relevante kengetallen nog nauwelijks beschikbaar zijn, is uit de wetenschappelijke literatuur en uit vergelijking met andere landen duidelijk dat de creatieve sector een belangrijke factor in de economie is. De sector is groot en groeiend. Nog belangrijker wellicht: de aanwezigheid van een bloeiende culturele sector blijkt een belangrijke voorwaarde voor innovatie ook in andere sectoren. Ten slotte:  steden met een groot en gevarieerd aanbod aan kunst en cultuur zijn populaire woonsteden, die het economisch goed doen en waar de leefbaarheid zich positief ontwikkelt. Geconstateerd moet echter worden dat het vooralsnog moeilijk blijkt voor deze noties een politieke vertaling te vinden.
  • Anders dan beleidsmakers en politici graag zien vormen  overheid en private sector in de wereld van kunst en cultuur geen communicerende vaten. Bezuinigingen door de overheid tasten, zeker in eerste instantie, ook het draagvlak in de private sector aan. En voor zover de private sector additionele middelen beschikbaar zal stellen, zullen die, gestuurd vanuit in overwegende mate marketing-overwegingen,  anders worden ingezet dan de middelen die vanouds van overheidswege worden verstrekt.
  • Er zijn voor de culturele sector zeker mogelijkheden om meer eigen inkomsten te genereren en om een groter beroep op de private sector te doen. Dat vraagt van de sector een cultuuromslag, maar het vraagt van de politiek daaraan vooraf gaand een pakket van samenhangende beleidsmaatregelen die de sector in staat stellen die mogelijkheden te realiseren.
  • De culturele sector vormt een netwerk. Kunstenaars hebben podia nodig, podia kunstenaars. Podia concurreren, maar zijn ook van elkaar afhankelijk. Ingrepen in de sector die voorbijgaan aan dit netwerk-karakter bergen het gevaar van onbedoelde domino-effecten in zich.

(uit het Werkplan 2011 van het BKKC, Tilburg oktober 2010)