Jokkebrokkerij

In een interview in de Volkskrant van 18 december werd aan Mark Rutte gevraagd wat hij vond van de reacties vanuit de cultuursector op het door zijn kabinet aangekondigde beleid. Rutte zei de kritiek te begrijpen, maar bagatelliseerde die ook: ‘van de 5 miljard die we aan cultuur uitgeven, gaan we 200 miljoen bezuinigen. Dat is 4 procent. Het is niet zo dat we de cultuursector om zeep helpen. Iedereen moet bijdragen.’

Nu heeft dit kabinet inmiddels al een zekere reputatie in creatief rekenen, maar met wat onze premier hier doet (de uitgaven van gemeenten, provincies en Rijk én de eigen inkomsten van de sector bij elkaar vegen en daar vervolgens alleen de rijksbezuiniging tegenover zetten) worden de grenzen van de bestuurlijke Newspeak opnieuw verlegd.

In NRC Handelsblad presenteerde Bastiaan Vinkenburg, consultant bij Berenschot, op 23 december heel andere cijfers: ‘Het kabinet wil bijna 400 miljoen euro bezuinigen op kunst en cultuur. Want naast 200 miljoen netto op de cultuurbegroting en 90 miljoen via btw-verhoging op toegangskaarten, speelt onder meer de opheffing van een aantal regelingen, programma’s en een groot deel van de omroeporkesten. […] Gemeenten geven samen bijna 2 miljard uit aan kunst en cultuur, en provincies 260 miljoen. De crisis en het kabinet dwingen gemeenten en provincies tot forse bezuinigingen. Omdat op wettelijke en juridisch gebonden taken nauwelijks kan worden bezuinigd, vormen kunst en cultuur een gemakkelijke prooi. Bezuinigingen van 20 tot 30 procent komen veel voor en sommige gemeenten halveren zelfs hun cultuurbudget. De ingrepen van gemeenten en provincies samen schelen de cultuursector mogelijk 600 miljoen. Met de kabinetsplannen erbij komt dat mogelijk neer op bezuinigingen op de kunstsector van één miljard euro.’

Je vraagt je af wat onze premier bezielde om zo opzichtig te jokken. Misschien toch gêne over het beleid waarvoor hij zich leent? In 2010 besteedde het Rijk nog 0,4 procent van de totale rijksuitgaven (231 miljard) aan cultuur. Daar blijft nog maar 0,24 procent van over. En dan te bedenken dat de VVD in zijn Liberaal Manifest in 2007 stelde: als richtsnoer voor de financiering van het kunst- en cultuurbeleid geldt 1 procent van de totale rijksbegroting.