De visie van Zijlstra

Terwijl ik met vakantie was publiceerde Halbe Zijlstra zijn langverwachte brief over de toekomst van de culturele sector in Nederland.
Er is al heel veel over gezegd en ik denk dat niemand nog de illusie heeft dat het lukt om de staatssecretaris of een meerderheid in de Tweede Kamer op écht andere gedachten te brengen. Het neemt niet weg dat het nog wel een keer gezegd mag worden: het is een ondeugdelijk plan.

Ik zet, pour besoin de la cause, nog maar eens wat ongerijmdheden op een rijtje.

De staatssecretaris geeft aan dat hij vindt dat culturele instellingen over de periode 2013-2015 gemiddeld ten minste 19,5% eigen inkomsten moeten halen. Ik vind dat geen misplaatste eis. Maar het wordt wat ingewikkeld als de staatssecretaris vervolgens even zo vrolijk tal van instellingen die die doelstelling nu al moeiteloos realiseren genadeloos de nek omdraait. Je moet er blijkbaar wel naar streven zonder dat het halen van de doelstelling iets garandeert. Om het voorzichtig te zeggen: dat bemoeilijkt het vergroten van eigen inkomsten aanzienlijk.

De staatssecretaris vindt dat de cultuur een te gering aandeel in de charitatieve bestedingen heeft. Daar kan de sector winst boeken, zegt hij. Ik vraag me af wat hij dan bedoelt. Moeten de charitatieve bestedingen verder omhoog? Dat is een mooi streven maar het zal lastig worden. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Nederland behoort nu al tot de landen met de royaalste geefcultuur (€ 4,7 miljard in 2009) en met alle bezuinigingen die ook op de particuliere huishoudens afkomen zal het niet meevallen die te bewegen tot een nog uitbundiger geefgedrag. Of moet de culturele sector de boer op moet om in de charitatieve sector marktaandeel weg te snoepen bij het Koningin Wilhelminafonds en Jantje Beton? Ik ben geneigd de staatssecretaris uit te dagen om dat dan maar eens hardop te zeggen.

Willen bedrijfsleven en de mecenassen meer geven aan cultuur, dan moet de overheid wel zelf het goede voorbeeld geven. Vooralsnog lijkt de overheid ze slechts kopschuw te maken. Is de overheid bereid garanties te geven voor instellingen waarin de particuliere sector wil investeren? De toon waarop door vertegenwoordigers van de regeringspartijen gepraat wordt over de culturele sector wekt niet de indruk dat men in die kringen cultuur waardevol vindt. Alleen investeringen in nationale iconen lijken de goedkeuring van de coalitie weg te kunnen dragen en veilig te zijn tegen nieuwe oprispingen van cultureel vandalisme. In culturele broedkamers lijkt niemand meer geïnteresseerd.

En dan hebben we nog de regionale component. Een van de gevolgen van het breek-en-sloopwerk van Halbe Zijlstra is dat het culturele overwicht van de Randstad verder wordt vergroot. Overal vallen klappen, maar buiten de Randstad komen ze harder aan dan daarbinnen. Tot nu toe gaat zo’n 2,6% van de rijksmiddelen voor cultuur naar Brabant. Als Halbe Zijlstra zijn zin krijgt wordt dat minder dan 2%. Of anders: per Amsterdammer besteedt het rijk straks ongeveer € 250,- aan cultuur, per Brabander minder dan € 3,-. En dat terwijl Brabant goed is voor 20% van het Nederlandse bruto binnenlands product, voor zo’n 50% van de Nederlandse export. Mark Rutte vindt het geen probleem: Brabant is zo sterk, dat kan zijn problemen zelf oplossen. Brabant als generaliteitsland: Brabanders zijn blijkbaar goed genoeg om belasting te betalen, maar moeten zich niet bemoeien met de besteding van hun centen, daar gaan ze in Holland over. Dat roept weerstanden op die breed worden gedragen.

Ik was afgelopen maandag bij de jaarvergadering van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging in Den Bosch. Daar werd, in aanwezigheid van Bernard Wientjes en Maxime Verhage, door BZW-voorzitter Peter Swinkels hard uitgehaald naar het ‘rotte ei’ dat Halbe Zijlstra had gelegd. Meer dan de politiek lijkt het bedrijfsleven doordrongen van de infrastructurele betekenis van kunst en cultuur, het belang van kunst en cultuur voor het vestigingsbeleid en natuurlijk ook de spin-off effecten van kunst en cultuur als onderdeel van de vrijetijdseconomie.

Toen op 19 mei in Arnhem de 2011-editie van de Atlas voor Gemeenten werd gepresenteerd met als thema cultuur, durfde samensteller Gerard Marlet op basis van het voor die Atlas verzamelde cijfermateriaal de stelling aan dat de door de beoogde bezuinigingen veroorzaakte macro-economische schade een veelvoud zou bedragen van het bezuinigde bedrag. De staatssecretaris schijnt dat ook te vermoeden. Het is de enige reden die ik kan bedenken waarom hij heeft geweigerd de gevolgen van zijn beleid te laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Maar het past in het patroon. In Den Haag heeft men de mond vol over de BV Nederland. In de praktijk is men vooral met het huishoudboekje van de overheid bezig. Dat is een serieus onderwerp en dat dient op orde gebracht te worden, maar wel in het besef dat het een doel dient, namelijk het welzijn ban de hele Nederlandse samenleving. Dat lijkt, ongeacht of het over Europa, over natuur, over onderwijs of over cultuur gaat wel eens uit beeld te verdwijnen.

De vraag is natuurlijk: hoe nu verder? Via het overleg dat heeft geresulteerd in het BrabantBod zijn in onze provincie eerste stappen gezet om tot een nieuw samenhangend cultuurbeleid te komen. De uitdaging is om op die ingeslagen weg verder te gaan. Dat zal niet meevallen. Want – in het tumult van de afgelopen weken is het een beetje uit beeld geraakt – er wordt niet alleen door het Rijk bezuinigd, maar ook en nog veel meer door provincies en gemeenten.
Onze inzet?
We proberen de Provincie ervan te overtuigen dat het cultuurbeleid van scratch af moeten worden doordacht. Dat het daarbij om functies en niet over instellingen moet gaan. Dat visie en niet budget leidend moeten zijn. Dat het een operatie met en niet over de culturele sector moet zijn.
We proberen daarnaast circuits te vormen waarin de culturele sector in contact komt met andere sectoren. We proberen de contacten die wij in kringen van de BZW hebben in te zetten om gesprekken tussen bedrijfsleven en cultureel veld op gang te brengen. Niet in de verwachting dat zo alle problemen opgelost kunnen worden. Wel in de hoop dat zo draagvlak voor een nieuw cultuurbeleid kan worden gecreëerd.

(Nieuwsbrief bkkc, juni 2011)