Afscheid van Brigite van Haaften

Vrijdag 5 juni nemen we in het Brabantse Provinciehuis afscheid van Brigite van Haaften. Het is de uitkomst van de coalitiebesprekingen waarbij het CDA, bij de onderhandelingen vertegenwoordigd door lijsttrekker Marianne van der Sloot en Brigites collega in het college van GS Ruud van Heugten, zich op een verrassende wijze buitenspel liet zetten. In een nabeschouwing vroeg een journalist van het Brabants Dagblad zich af of het CDA niet beter Brigite aan de onderhandelingstafel had kunnen zetten.
Diezelfde journalist benaderde mij een paar manden geleden toen hij een artikel wilde schrijven over de machts- en krachtsverhoudingen in het provinciaal bestuur. Hij was op zoek naar ‘de Frank Underwood van het Provinciehuis’. Die Frank Underwood heeft hij niet gevonden – terzijde: dat kwam omdat hij op de verkeerde plaats heeft gezocht – maar het artikel dat 14 maart in het Brabants Dagblad verscheen gaf wel een beeld van de verhoudingen zoals hij die zag binnen het college van Gedeputeerde Staten. Brigite werd daarbij als ‘de zwakte schakel’ aangeduid. In de oorspronkelijke versie van het artikel had zelfs ‘brekebeen’ gestaan. Ik heb daar met de journalist in kwestie enige discussie over gehad.
Ook ik ken de beeldvorming. Maar ik ken ook de feiten. Brigite is als gedeputeerde negen jaar lang verantwoordelijk geweest voor het provinciaal cultuurbeleid. Ze droeg die verantwoordelijkheid in een voor het draagvlak voor dat beleid moeilijke periode. Bezuinigingen op cultuur werden, door de VVD en door Brigites eigen CDA, gebruikt als een kluif waarmee de hongerige populisten tevreden konden worden gesteld. Om de bezuinigingen te rechtvaardigen aarzelden sommigen niet om de culturele sector te framen als een verzameling klaplopers en non-valeurs. Brigite is in dat frame nooit meegegaan. Sterker: onder Brigite is de hoeveelheid provinciaal geld voor cultuur gegroeid. Via onder meer het impulsgeldenprogramma en de oprichting van Brabant C is ze in staat geweest de schade die dreigde te ontstaan zoveel mogelijk te repareren. Hoe ze dat gedaan heeft weet ik niet. Volgens de journalist van het Brabants Dagblad met dank aan de rijkdom van de provincie en de steun van Bert Pauli en Wim van de Donk. Misschien. Maar die rijkdom is een noodzakelijke, en geen voldoende voorwaarde. En het vermogen de steun van je collega’s te mobiliseren is ook een verdienste. Dat Brigite hoe dan ook een bijzondere prestatie heeft geleverd, staat voor mij vast: geen andere voor cultuur verantwoordelijke bestuurder in Nederland is in staat geweest zijn of haar begroting zo ongeschonden door de stormen van de afgelopen jaren heen te loodsen. En misschien tekent het het gezag dat ze daar landelijk aan ontleent dat binnen IPO, het onderling overleg van de provincies, op haar initiatief cultuur opnieuw beleidsontwerp is geworden.
Voor mij is het genoeg om met grote waardering terug te kijken op de bestuursperiode van Brigite. En Brigite mag enig genoegen ontlenen aan de draai die het Brabants Dagblad inmiddels maakte.