Proeftuin

Wat zei je ook weer?

hoe het nu verder moet?
tussen ons en de anderen liggen
nog maar enkele woorden braak
maar gisteren duurt nog wel
tot overmorgen

voorlopig ga ik lezen lezen lezen kijk
de lucht klaart al weer op en in de kleine
geheime proeftuin van mijn fantasie
is een heel pril voorjaar in aantocht.

Zo begonnen we 2014, als in dit gedicht van Ellen Warmond: voorzichtig optimistisch. We proefden een verandering van het klimaat waarin we met elkaar spreken over kunst en cultuur. Een positieve verandering, die in de loop van het jaar door zou zetten.
Het depreciërende jargon dat drie jaar geleden werd gebezigd om de bezuinigingen op cultuur te rechtvaardigen is op lokaal niveau nog niet verstild, maar het domineert niet meer. In tegendeel, de gemeenteraadsverkiezingen brachten in veel grote steden coalities die weigerden verder op cultuur te bezuinigen en soms zelfs besloten tot verhoging van de cultuurbegroting.

Herwaardering
Op landelijk niveau zagen we in 2014 een herwaardering van de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid publiceerde in het voorjaar van 2015 een verkenning, Cultuur waarderen, waarin nadrukkelijk om aandacht wordt gevraagd voor het culturele binnen het cultuurbeleid. Omdat een sterke culturele sector blijvend van waarde is voor de Nederlandse samenleving. De verkenning sluit aan op de beleidsverandering zoals die al in 2013 werd aangekondigd door de minister van OCW in haar brief Cultuur beweegt en in de loop van 2014 werd geconcretiseerd in brieven over de relatie tussen cultuur en andere domeinen (Cultuur verbindt: een ruime blik op cultuurbeleid, 8 juli 2014) en talentontwikkeling (Ruimte voor talent in het cultuurbeleid, september 2014).
Maatgevend op provinciaal niveau bleef de overtuiging dat een vitale en ondernemende kunst- en cultuursector voorwaarde is voor een bloeiende provincie. Een visie die in Noord-Brabant vanouds breed gedragen wordt en vastligt in de Agenda van Brabant en de Cultuuragenda van Brabant voor 2020. Het resultaat: een programma dat tot doel heeft de zichtbaarheid van cultuur in Brabant te vergroten, het cultureel zelfbewustzijn te versterken en te werken aan een nadrukkelijk internationale culturele ambitie.

Cultuurfonds Brabant C
Dit programma kreeg vorm in de kandidatuur voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2018 en, toen Noord-Brabant die titel niet won, in het besluit om een Brabants cultuurfonds op te richten. Dit cultuurfonds, Brabant C, krijgt vanaf 2015 middelen ter beschikking uit de Essentgelden om het Brabantse cultuursysteem te versterken. De oprichting van Brabant C volgde op de beslissing, eind 2013, om het impulsgeldenprogramma van bkkc te verlengen tot en met 2016. Provinciale Staten gaven de opdracht tot dit programma in maart 2013, in reactie op de opeenstapeling van cultuurbezuinigingen. Met de bedoeling om de positie van de culturele sector in het maatschappelijke krachtenveld te verstevigen.
Tegelijkertijd opende Provinciale Staten de discussie over de hoogte van de structurele cultuurbegroting. Mede naar aanleiding van een inventarisatie van de Brabantse culturele infrastructuur (Vitaliteit van het cultuursysteem in Noord-Brabant. Inventarisatie van de culturele infrastructuur), gaven de Staten op 4 juli 2014 het provinciaal bestuur opdracht om ‘meerjarig ruimte te bieden in de begroting om de [culturele] basis structureel op orde te brengen.’

Structurele kracht
Dit Brabantse beleid komt niet top down tot stand. De Provincie formuleert ambities, doelen en agenda in samenspraak met partners in de samenleving. Zij beschikt daarbij over ontwikkelorganisaties die de energie van de Brabantse samenleving weten aan te boren en te benutten: Cubiss voor de publieke informatievoorziening, Erfgoed Brabant voor het erfgoed, Kunstbalie voor amateurkunst en cultuureducatie en bkkc voor de professionele kunsten. Met deze structuur heeft Noord-Brabant in vergelijking met andere provincies een kwalitatief hoogwaardig ontwikkelapparaat, dat met het cultuurfonds Brabant C groter en sterker is geworden. Onderzoeksbureaus Lysias en Panteia, die in opdracht van Provinciale Staten onderzoek deden naar ‘nut en noodzaak’ van de provinciale steunfuncties, stelden vast dat deze structuur in belangrijke mate bijdraagt aan de effectiviteit van het provinciaal beleid.
Het maakt dat Robbert van Heuven aan de vooravond van de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2015 in de Provinciale Staat van Cultuurbeleid kon vaststellen dat Brabant zich onderscheidt als een ‘inhoudelijk regisserende provincie’. Met het impulsgeldenprogramma van bkkc en de oprichting van het cultuurfonds Brabant C heeft de Provincie het instrumentarium waarmee zij sturing kan geven aan innovatie van de culturele sector. Hier wordt elders met belangstelling naar gekeken en we zien inmiddels ook navolging op landelijk niveau. Niet voor niets wijst de Raad voor Cultuur in haar Agenda Cultuur naar BrabantStad als mogelijke proeftuin voor een al cultuurbeleid dat recht doet aan de vraag vanuit de regio.

Op weg naar oplossingen
De nieuwe mogelijkheden voor de professionele Brabantse cultuursector zijn een kans maar ook een uitdaging. Het is de vraag of de sector, verzwakt door de cascade van bezuinigingen, momenteel in staat is de ruimte die nu provinciaal, straks misschien ook landelijk ontstaat, te benutten. Oplossingen kunnen liggen in versterking van instellingen (in lijn met de opdracht van de Staten de culturele basis structureel op orde te brengen), in de keuzes die straks worden gemaakt in het Kunstenplan 2017-2020 en in herdefiniëring van de doelstellingen van een structureel gemaakt impulsgeldenprogramma.
Voor bkkc is daarbij vanzelfsprekend dat de provinciale instellingen die de culturele infrastructuur ondersteunen, op zoek gaan naar verregaande samenwerking. Brabant C, Cubiss, Erfgoed Brabant, Kunstbalie en bkkc hebben zich al verenigd rond het communicatieplatform MEST. Dit jaar verbinden ze hun expertises op een gezamenlijk investeringsplein, waar aanvragen voor financiële ondersteuning kunnen worden ingediend en behandeld.
Deze krachtenbundeling is een logisch vervolg op jarenlange projectmatige samenwerking op gebieden als talentontwikkeling, ruimte, en binnen- en buitenschoolse educatie. Hiermee lopen we vooruit op de mogelijkheden tot gemeenschappelijke huisvesting in de Tilburgse Spoorzone vanaf 2018. Doel is om een moderne netwerkorganisatie te creëren. Een organisatie die de huidige categorale functies waar mogelijk integraal oppakt en waarbinnen we als vanzelfsprekend samenwerken op het gebied van communicatie en netwerkvorming, publieksbereik en verbinding met het bedrijfsleven, financiering en behandeling van projecten. De leidende thema’s op weg daar naartoe zijn slagkracht, efficiency en doelgericht partnerschap.

[…] en in de kleine
geheime proeftuin van mijn fantasie
is een heel pril voorjaar in aantocht.

Inleiding bij het Jaarverslag 2014 van bkkc, mei 2015.
Voor het hele jaarverslag: http://www.bkkc.nl/nieuws/jaarverslag-2014